De afgifte van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente bijkomende administratieve inspanningen met zich mee. Om de administratieve kosten te dekken, is het wenselijk een retributie in te voeren.
Het retributietarief is afhankelijk van de personeels- en werkingskosten die eraan verbonden zijn.
Voor een elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (Kids-ID) en voor een identiteitsbewijs voor niet-Belgische kinderen onder de 12 jaar wordt geen retributie gevraagd. Deze identiteitsdocumenten zijn niet verplicht, maar de overheid moedigt burgers wel aan om deze documenten aan te vragen. Daarnaast hebben ze slechts een zeer beperkte geldigheidsduur, namelijk 3 jaar voor een Kids-ID en 2 jaar voor een identiteitsbewijs voor een niet-Belgisch kind onder de 12 jaar. Om deze redenen wordt de prijs laag gehouden en wordt er geen retributie gevraagd.
Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en de opeenvolgende wijzigingen;
Consulair Wetboek van 21 december 2013, artikelen 50-67;
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 177 betreffende het debiteurenbeheer;
Koninklijk besluit van 1 september 2004 houdende de beslissing om de elektronische identiteitskaart veralgemeend in te voeren;
Koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
Koninklijk besluit van 18 oktober 2006 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar (Kids-ID);
Koninklijk besluit van 23 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
Koninklijk besluit van 22 oktober 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Koninklijk Besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;Ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies;
Ministerieel besluit van 3 maart 2009 houdende beslissing om het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar veralgemeend in te voeren;
Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarbij de bijlage is gewijzigd bij ministerieel besluit van 27 maart 2013;
Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten, artikel 2;
Het gemeenteraadsbesluit van 29 augustus 2019, betreffende “Delegatiereglement - delegatie van bevoegdheden van gemeenteraad aan college”;
Het gemeenteraadsbesluit van 21 november 2019, betreffende “Retributiereglement voor afgifte van administratieve stukken”.
De gemeenteraad keurt het reglement zoals toegevoegd in bijlage goed.